Engelenburcht, een geschiedenis in delen – 1

Door Han Marjot. Eerder gepubliceerd in Angrisa Nieuwsbrief 5, november 2013.

Bij een van de bijeenkomsten van Angrisa kwam het idee ter tafel wat over de Engelenburcht op te schrijven. Omdat Han Marjot van het begin af al bij de Engelenburcht was betrokken en een uitgebreid boek met krantenknipsels bezit, werd aangenomen dat dit een mooie combinatie vormde om gemakkelijk een overzichtelijk verhaal te maken. Na meer speurwerk dan gedacht schreef hij onderstaande bijdrage in 3 delen.

Ik heb het geweten! Kleine feitjes zijn vaak niet vastgelegd en mijn herinneringen hoeven natuurlijk niet altijd te stroken met die van anderen.  Daar komt nog bij dat de Engelen­burcht ook nog een VOORgeschie­denis heeft die naar mijn mening een vermelding verdient.
Ik heb de taak op me genomen en zal proberen een feitengetrouw verhaal te schrijven.

Ik begin bij de beëindiging van de oorlog. Veel in Engelen was vernield. De bestaande verenigingen, zoals de fanfare T.O.G., de voetbalclub, de zangvereniging en de toneelclub (toen al!) hadden geen thuis en vergaderden in een café. In 1947 hebben B. & W. bij het districtsbureau voor de verzorging van oor­logsslachtoffers hun nood geklaagd, ook al omdat er geen enkele voorziening voor de jeugd was. Het dorp telde in 1955 nog maar 600 inwoners, waar­van 25% nog geen 12 jaar jong was

In 1948 kregen we door medewerking van de Commissaris van de Koningin een houten barak aangeboden, die door de Duitsers in de oorlog was gebruikt om gevangen genomen Engelsen te inter­neren. Voor 4250 gulden kon die naar Engelen wor­den vervoerd en gekocht worden. Voor de opbouw en de inrichting werd 10.000 gulden begroot. De afmetingen waren 22,5 bij 9,6 meter. Hij stond in Kortrijk (België) . Hij werd in 1948 geplaatst op het terrein waar later de Sint Lambertusschool zou wor­den gebouwd, later de Kempenaarsschool geheten (waarom is die naam toch verdwenen?) en in 1950 geopend. Verenigingen konden er gratis gebruik van maken en de exploitatie kwam in handen van de Commissie Engelens Belang (C.E.B.), die opgericht was op 16 december 1959. Maar vocht en schim­mels, de tand des tijds, deden hun werk en tijdens het carnavalsbal in 1963 zakten we door de vloer!

Bondsgebouw

Dit toen Bondsgebouw geheten dorpshuis werd door de Commissie Engelens Belang beheerd. Haar activi­teiten waren en zijn nog steeds: het organiseren van evenementen die buiten het bereik van de ver­enigingen vallen en het helpen van verenigingen, eventueel ook financieel, als daartoe schriftelijk en gemotiveerd door een club werd gevraagd. Zo zijn te noemen het Sinterklaasfeest, de Dodenherdenking, Koningsdag.

Het voert te ver om in dit artikel verder uit te wei­den over de C.E.B. Wel is het interessant te vermel­den dat bij bijna elke vergadering de Burgemeester aanwezig was en dat alle vergaderingen werden geopend en gesloten met de zg. christelijke groet! Tot 1965 wordt dit in de notu­len nog vermeld. In de met de hand geschreven notulen werd iedereen “de heer” genoemd, en de burge­meester “de Edelachtbare Heer”.

Bouw jongensschool op Kerkhof­plein 2, 1917

In die tijd (1963) stond er op de Kerkhof nr. 2, dus bij het protestantse kerkje, een openbare lagere school. Toen deze school werd opgeheven werd het pand in gebruik genomen door de katholieke lagere school en daarna door de kleuterschool. Maar in 1962 kwam die leeg te staan omdat er voor de St. Lambertus­school nieuwbouw was gerealiseerd aan de huidige Schoolstraat. De nu leegstaande ruimte bevatte 2 klaslokalen en een gymnastiekklas. Deze vrijgekomen school werd voor zijn nieuwe functie door de Engelense aannemer Geert van den Oetelaar gereed gemaakt, terwijl de inrichting bijna geheel door de verenigingen werd verzorgd. Namens de CEB werd een beheerscommissie samengesteld en door mevrouw Jeanne de Rooy, echtgenote van Leo de Rooy.


Rechthoekige gebouw met ramen is de jongensschool en werd later de 1e Engelenburcht, 1948

Engelenburcht

Er werd een naam voor de accom­modatie voorgesteld: Engelenburcht. Naast de vele toegewijde Engelenaren uit die tijd wil ik toch wel apart eer bewijzen aan Jan Koenraat en het echtpaar de Rooy. Leo was op zijn eigen manier als gemeenteambtenaar maar vooral als inwoner van Engelen bij zoveel betrokken, samen met Jan Koenraat, destijds hoofd van de kap­persschool in ‘s- Hertogenbosch.
Intussen breidde ons dorp zich snel uit. Meer inwoners betekenden meer clubs en meer leden per club.

U begrijpt het al: we kampten weer met ruimtegebrek. In 1968 waren er al 1300 mensen woonachtig in ons dorp, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 1955.

Wordt vervolgd in deel 2