De Heren en Vrouwen van Engelen

Eerder gepubliceerd in Angrisa Nieuwsbrief 4, augustus 2013

Grafmonument van Martinus van Barnevelt en zijn vrouw Geertruida Bruyningh in de Bonifaciuskerk te Noordeloos (ZH)
(foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Tot op de dag van vandaag heeft Engelen een “Heer van Engelen”. Deze titel gaat terug tot 1453, het jaar waarin ridder Willem van Alckemade Heer van Engelen en Vlijmen wordt genoemd. Er zijn tot op heden geen bronnen bekend die aangeven in welk jaar Engelen een heerlijkheid is geworden, dat wil zeggen in leen of pandschap is gegeven.

De huidige Heer van Engelen is Dhr. Wim van Hoey – Smith, die ook aanwezig was bij de presentatie van het boek “Engelen, grensdorp aan de Dieze”.
Door de eeuwen heen heeft er nooit een Heer of Vrouwe van Engelen in Engelen gewoond. Zij hadden over het algemeen hoge en verschillende functies en waren Heer of Vrouwe van verschillende heerlijkheden. Hun gezag over de heerlijkheid werd gedelegeerd aan een schout, die recht sprak en zorgde dat de inkomsten netjes werden afgedragen aan de Heer of Vrouwe van Engelen.
De invloed en zeggenschap van de Heer van Engelen was groot binnen de heerlijkheid. Voordat bijvoorbeeld een dominee beroepen kon worden, moest eerst toestemming worden gevraagd aan de Heer of Vrouwe van Engelen. Deze toestemming is tot laat in de 19de eeuw gevraagd, ondanks dat het op het laatst een formaliteit was.
In 1725 verkochten de Staten van Holland Engelen en Vlijmen als een ambtsheerlijkheid aan Hendrik van Barnevelt (1660-1740). Hendrik was tevens Heer van Overslingeland, Minkeloos en de Grote Waard en Vrijheer van Noordeloos. Na de Franse Revolutie en de inval van de Fransen in ons land, werden de heerlijkheden afgeschaft, tenslotte: Liberté, égalité, fraternité. De titel is echter wel blijven bestaan en is vanaf Hendrik van Barnevelt tot op de dag van vandaag vererft in zijn familie [of: overgegaan op zijn nazaten]. Naast deze titel is ook de liefde voor de natuur door de eeuwen heen verbonden geweest met de Heren en Vrouwen van Engelen.

De zoon van Hendrik van Barnevelt, Martinus van Barnevelt (1691-1775) was een invloedrijk man. Naast Heer van Engelen en Vlijmen was hij Vrijheer van Noordeloos en Overslingeland, Heer van Krimpen aan de Lek en burgemeester van Gorinchem. In het Aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa (14 delen verschenen tussen 1839 en 1851) staat hij beschreven als “….vervuld met de zucht tot het welzijn zijner medemenschen mede te werken….”.
In zijn jeugdjaren had hij veel door Europa gereisd en kennis opgedaan over de loop en eigenschappen van water en rivieren. In Rome had hij zijn graftombe in wit marmer al besteld (nog te bezichtigen in de Hervormde kerk van Noordeloos -zie foto-). Naar zijn ideeën is de Beerse Overlaat gerealiseerd (1766), waardoor het water van de Maas met gecontroleerde overstromingen kon worden afgevoerd. Een overlaat is een opzettelijk laag gehouden dijk waarover het bedreigende water kan wegvloeien waardoor de overige dijkvakken worden ontlast. De Beerse Overlaat is gesloten in 1942.
Als enige overgeblevene van 7 kinderen erfde Martinus een fortuin van zijn ouders. Tijdens zijn ambtsperiode als burgemeester van Gorinchem moest de stad uitbreiden. De vestingwallen waren niet meer in staat de stad te verdedigen tegen de toenmalige wapens en de stad was te klein geworden. De stad werd vergroot en de vestingwerken opnieuw aangelegd.
Binnen de nieuwe muren kwam er grond vrij. Martinus kocht daarvan een gedeelte en liet er een prachtige tuin aanleggen, compleet met waterbewegingen. Een subliem staaltje van rijkdom en aanzien. Nog niet zo lang geleden heeft het Gorinchems museum 4 aquarellen kunnen aanschaffen met afbeeldingen van de tuin van Martinus van Barnevelt. Het was een tuin in Nederlandse barok stijl en toonaangevend binnen de tuinarchitectuur in Europa. Kenmerkend voor deze stijl zijn de hoge beukenhagen die de tuin geheel omsloten (zie www.gorcumsmuseum.nl).
Na de dood van Martinus van Barnevelt in 1775 verkeerde zijn zoon al snel in financiële problemen en verkocht hij de beelden uit de tuin en veel spullen uit zijn ouderlijk huis. De tuin verviel en korte tijd later werden er nieuwe huizen op gebouwd.

In 1853 was de naam Heer van Engelen verbonden aan de familie van Hoey Smith als afstammelingen van Hendrik van Barnevelt. In 1857 vestigt deze familie zich op een buitenverblijf “Zomerlust” aan de rand van Rotterdam, later omgedoopt tot Trompenburg.
De familie heeft de liefde voor bomen en planten vorm gegeven in de tuinen achter het buitenverblijf. Hoewel de druk vanuit Rotterdam steeds groter werd vanwege de uitbreidingen, heeft de familie het landgoed in beheer kunnen houden. James van Hoey Smith (1891-1965) is begonnen met de aanleg van het Arboretum. Zijn zoon Dick is hier mee doorgegaan. De tuin is voor publiek toegankelijk en draagt de naam: Trompenburg Tuinen en Arboretum. Er is nog een aantal bomen te bewonderen die rond 1850 zijn geplant. Het is een internationaal bekende tuin en een bezoek meer dan waard (zie www.Trompenburg.nl).
Zo is de liefde voor natuur en alles wat groeit en bloeit weer helemaal terug in de familiegeschiedenis die begon bij Hendrik van Barnevelt.


Tuin van een heer van Engelen


Tuin van Martinus van Barnevelt. Anoniem, aquarel op papier.
Ca. 1760-1770, 52,5 x 36,5 cm , inv.nr. 6237.
Verworven met steun van de Vereniging Rembrandt.
Een aquarel uit een serie van vier, van de tuin van Martinus van Barnevelt (1691-1775) in Gorinchem, destijds een van de meest welgestelde inwoners van de stad.

Van Barnevelt bekleedde niet alleen een groot aantal bestuurlijke functies, maar bewoonde ook een van de grootste huizen, gelegen op een bastion aan de zuidkant van de stad bij rivier de Merwede. Uit een bewaard gebleven beschrijving valt op te maken dat dit huis met zijn bijgebouwen, zoals stallen en een koetshuis, werd omringd door een ‘extra grote zeer wel beplante tuin met boomen en andere tuincieraden’.
Op een oude plattegrond van Gorinchem is het hele complex te zien, inclusief de Frans-classicistische tuin, zoals die in het midden van de 18e eeuw in de mode was. De tuin was symmetrisch aangelegd, langs een centrale as, met bassins, hagen en priëlen aan weerskanten. Beelden en vazen op sokkels en bakken met exotische planten completeerden het geheel.
De vier aquarellen laten de tuin vanuit alle windrichtingen zien. In voornamelijk grijstinten, aangevuld met wat groen en blauw heeft de onbekende kunstenaar Van Barnevelts bezit vereeuwigd. Ter verlevendiging voegde hij zo hier en daar een tuinman of, zoals hier, een tuinvrouw toe.
Van dit uniek stukje Gorcum is helaas niets bewaard gebleven.
Doc. : Lusthoven in Gorinchem A.J.Busch en Carla S. Oldenburger-Ebbers, Historische Reeks O.G. ,deel 3 (1990).