De bouw van de Breaksea

Door Joyce Oberhollenzer. Eerder gepubliceerd in Angrisa Nieuwsbrief 13, december 2016.

Aan het woord is Jeanne Boerboom. Zij vertelt de geschiedenis van de bouw van de Breaksea, een Breeon (=brede bodem) stalen S spant, een zeilboot, dus. Haar man Jan, die tot die tijd met een houten draak de wateren bevoer, was meteen verliefd op dat schip. Hij wilde zijn droom met alle middelen die er waren, verwezenlijken.

“Hij zag in Willemstad een stalen S spant in aanbouw op de werf en vergat mij.”

De draak werd verkocht en de scheepswerf van der Vlies en zonen in Willemstad kreeg de opdracht het stalen casco te bouwen. We schrijven 1963. Jan werkte elke vrij uurtje mee.
In het najaar was het dan zover: Jan en zijn zwager, de broer van Jeanne, voeren de boot naar Engelen, waar aan de loswal bij van Hal, Henk klaarstond met de botenwagen en de kraan om het schip uit het water te halen en meteen te vervoeren naar het bedrijf van Henk zijn vader. Daar moest de motor (een Mercedes automotor) er weer uit, want de boot moest gezandstraald en geschopeerd (dat is met zink bekleed) worden. Na deze klus werd de motor er weer in gebouwd en werd het enorme gevaarte in het voorjaar van 1964 voorzichtig…., voorzichtig, naar de garage van het pas gebouwde woonhuis op de hoek van de Schoolstraat/ St. Lambertusstraat vervoerd.

Niet voor één gat te vangen

Natuurlijk was die garage niet groot genoeg voor zo’n gevaarte. Maar Jan was niet voor één gat te vangen: met Jan van den Heuvel had hij al plannen gemaakt om hun twee aan-elkaar-garages voorlopig zonder tussenmuur te laten. Buurman Jan was timmerman bij de Godshuizen, dus dat kwam goed uit: er moest veel getimmerd en geschaafd worden.

1.De Breaksea klaar voor vertrek
2.Binnendoor naar Heusden
3.In de takels op weg naar het water

Net in die tijd werden de grote teakhouten sluisdeuren vervangen. Prachtig en nog goed te gebruiken hout voor dit doel, dus Jan was er als de kippen bij: van de deuren werden in Schijndel planken gezaagd, die nodig waren voor de opbouw van het schip.

Drie lange jaren klonken er aan de Schoolstraat scheepswerfgeluiden en moest Jeanne het maar zien te rooien met de kinderen en zonder een stofzuiger; die was, zo goed als nieuw en eindelijk afbetaald, gebruikt om al het zand uit de met lood en cement volgegooide kiel te zuigen. Dag stofzuiger. “Maar ach, dan ben je een dag boos en dan vergeet je het weer,” aldus Jeanne.

Uitzonderlijk vervoer

In het voorjaar van 1967 is de boot te water gegaan. Ja, dat staat er nou zo nuchter, maar ook dat was een hele klus: het was wat je noemt: uitzonderlijk vervoer. Dus men besloot om 5 uur in de morgen op zaterdag te vertrekken. Over de normale weg mocht niet; het moest binnendoor langs Bokhoven en over polderwegen richting Heusden.
Daar, op de scheepswerf van Verolme is de boot gedoopt door Jeanne, die op alle dagen liep van haar dochter Sigrid, gadegeslagen door vele belangstellenden. Daarna ging het met de hele bubs naar Engelen, waar een klein feestje werd gevierd.

De boot in de schuur op de werf in Willemstad

De Breaksea is klaar voor vertrek. Binnendoor naar Heusden. In de takels op weg naar het water. De boot in de schuur op de werf in Willemstad.
Half juli ging het gezin op vakantie naar Zeeland, waar de Breaksea inmiddels naar toe was gevaren. Maar er was nog geen mast (moest nog voor gespaard worden, want die moest helemaal uit Amerika, Oregon komen) er waren nog geen zeilen en dan is zo’n boot net een pieremachochel, aldus Jeanne. Maar na een jaar sparen kon de hele familie, inclusief de kleintjes, gaan zeilen over de Nederlandse wateren en zelfs ook een enkele keer Het Kanaal oversteken. En het mooie is: de boot is nu in bezit van een van de zonen en ook de kleinzonen hebben het gen van hun grootvader geërfd.

Het was een gezellige, leerzame middag daar bij Jeanne. Je bent je dan weer bewust van het feit dat de geschiedenis van een mens waard is om opgeschreven te worden.

1.Doop van de Breaksea door Jeanne
2.Door de sluis in Engelen
3.Op zijn ligplaats in Drimmelen

De botenbouwers van Engelen

Dit uniek staaltje vakmanschap, geduld, doorzettingsvermogen, creativiteit en welwillendheid van en naar buren staat niet op zichzelf in Engelen. Er zijn meerdere Engelenaren die in Engelen een boot, kano of roeiboot hebben gebouwd. Bekend zijn in dit verband de namen van Henk van Hal, Jan de Graauw, Kees van Oosterveld, Jan Vroemen, Henk Leyten, Adrie en Kees van Steenhoven, Niterink en van Etten. Misschien zijn we niet volledig met de lijst namen.
Naast de botenbouwers zijn er in de loop der jaren vele Engelenaren die met en van een boot genoten hebben en nog genieten van een verblijf op het water. Het kan eigenlijk ook niet anders met zo veel mooi water om ons heen.

De Mercedes motor wordt geplaatst
De tewaterlating vanaf de werf in Heusden