Ick Dien

Door Frans Lucas. Eerder gepubliceerd in Angrisa Nieuwsbrief 15, september 2017

Onder de lijfspreuk “Ick Dien” hebben veel jonge mannen deel uitgemaakt van de Nederlandse Arbeidsdienst.
Onlangs heeft Angrisa interessante foto’s uit 1943 van twee Engelenaren mogen toevoegen aan de collectie. Foto’s van Frans den Dekker en van André van Buul in het uniform van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD). Frans was gelegerd in Odoorn en André in Merselo (Venray). Wat was de NAD voor een dienst en hoe kwamen zij daar in verzeild? Begin 1942 werden alle mannen in de leeftijd van 18-23 jaar opgeroepen voor een sociale dienstplicht van 6 maanden.

Generaal Winkelman

Bij de capitulatie van Nederland werden er zo’n 60.000 militairen krijgsgevangen gemaakt. Daar zaten de Duitsers behoorlijk mee in hun maag. Zo maar terug sturen naar huis zonder controle over deze groep zou het verzet in de hand kunnen werken. In de oorlogsdagen was er veel vernield en verwoest. Nederland had tijdens de oorlogsdagen flink te lijden gehad. De regering, onder Duits bevel en aanvoering, richtte de Opbouw Dienst op. Een dienst voor jonge mannen van 6 maanden op vrijwillige basis om mee te helpen het land weer op te bouwen. De organisatie was in eerste instantie een voortzetting van het arbeidsverschaffingsbeleid van voor de oorlog dat werkelozen verplicht aan het werk zette. Nu was het vooral bedoeld voor de militairen die ontslagen waren uit het leger en werkeloos waren geworden. Voor de Duitsers had de Opbouw Dienst verschillende voordelen: Zij hadden grip op de gedemobiliseerde militairen, er werd gewerkt aan de opbouw en voor de bevolking was het een sympathieke organisatie. Aanvankelijk was er geen argwaan over de bedoeling van deze dienst, terwijl de Duitsers wel degelijk een verborgen agenda hadden. Maar dat bleek pas in een later stadium. Generaal Winkelman die de capitulatie tekende, schreef een brief aan de militairen waarin hij meldde dat het werk bij de Opbouw Dienst conform de conventie van Geneve: ”Geenerlei rechtstreeks verband mogen houden met de krijgsverrichtingen.” Bovendien mocht men tijdens deze diensttijd geen lid zijn van een politieke partij en mochten er geen religieuze activiteiten plaatsvinden. Er werd een sfeer geschapen waarin veel militairen en niet militairen zich wilden aanmeldden. Het ging tenslotte om een goede zaak: Opbouw van het land. Aan het tekenen van een Generaal Winkelman niet-Jood verklaring tilde men niet zo zwaar. In 1940 zag men daar de bedoeling niet van en de Duitsers hadden hun ware gezicht nog niet laten zien.

Van Opbouw Dienst naar Nederlandse Arbeidsdienst.

Op 15 juli 1940 ging de Opbouw Dienst van start onder leiding van Majoor Jacob Nicolaas Breunese die, dankzij zijn positieve Duitse kontakten, plaatsvervangend commandant werd van de Opbouw Dienst. Echter: Hij wilde de NSB en het nationaal socialisme buiten de deur houden en een neutrale dienst leiden. Hij had hierbij de steun van het overgrote deel van de soldaten die bereid waren het land mee op te bouwen, maar ook niets op hadden met het nationaal socialisme en er ook niet mee besmet wilde worden.
Gezien het feit dat het merendeel bestond uit militairen, heerste er in de kampen waar men in geplaatst werd een militair regime. De krijgstucht was van toepassing en ook het dagritme werd bepaald alsof men in een kazerne zat: Appèl, drillen en exerceren en het dragen van een uniform. Een verschil met een militaire kazerne was het feit dat er geen schietoefeningen werden gehouden. Bij de exercitie nam de schop wel de plaats in van het geweer. De wacht stond voor het kamp met een schop over de schouder, ware het een geweer. Het uniform was het grijze uniform van het Nederlandse leger dat later met een groene kleur werd geverfd. Een oplossing die voor de hand lag bij een overschot aan uniformen en een tekort aan textiel.

Het onderscheidingsteken waren twee koperkleurig gekruiste korenaren op de kraag. Afhankelijk van de rang kwamen daar strepen en/of sterren bij.

Al snel werd beetje bij beetje duidelijk wat de bedoeling was van de Duitsers waar zij de Opbouw Dienst voor wilden gebruiken. Na enige sympathie gewonnen te hebben van de bevolking, dachten ze nu door te pakken met de verborgen agenda: Het verspreiden van de nationaal socialistische ideologie onder jongeren. In een later stadium zou deze dienst samen moeten vloeien met de Duitse Reichsarbeits Dienst. Een dienst die het Duitse leger volledig ondersteunde met name door tankvallen en loopgraven te aan te leggen achter het Oostfront. Het was in Duitsland een kweekvijver voor het leger. Dat zagen de Duitsers hier ook wel zitten. De eerste stap daartoe was het opheffen van de Opbouw Dienst en die over te laten gaan in de Nederlandse Arbeidsdienst die “geruisloos” aan moet gaan sluiten bij de Reichsarbeits Dienst.

Toch liep het allemaal niet volgens het Duitse plan: de dienstplichtigen hadden over het algemeen niets op met de nationaal socialistische gedachten. Hoewel sommige leidinggevenden de jonge mannen wilden opvoeden in de geest van de groot Germaanse gedachten, waarin arbeid, en met name handenarbeid, ongeveer heilig was verklaard. Kon men zich vrijwillig melden voor de Opbouw Dienst, de Nederlandse Arbeidsdienst werd verplicht gesteld voor mannen tussen de 18 en 23 jaar. Voor vrouwen werd het niet verplicht gesteld, maar velen meldden zich vrijwillig. In 1943 had de Nederlandse Arbeidsdienst zijn hoogtepunt: 64 kampen met 8.500 werkmannen. Gerekend werd door de Duitsers echter op 30.000 man!
De NSB werd aanvankelijk geweerd uit de Opbouw Dienst. Leden van de NSB mochten zelfs hun lidmaatschapsspeld niet dragen. Breunese weigerde de Germaanse groet in te voeren binnen de kampen die de Duitsers verplicht wilden stellen. Dat was een van de redenen tot het ontslag van Breunese in augustus 1941. Zijn opvolger was Lodewijk de Bock. Hij was Luitenant Kolonel toen de oorlog uitbrak. De Duitsers kregen met de Bock meer en meer invloed binnen de NAD. Toen uiteindelijk eind 1943 de Germaanse groet toch werd ingevoerd bij de Nederlandse Arbeidsdienst, namen veel kaderleden ontslag. Seys Inquart ergerde zich mateloos aan het anti-Duitse sentiment dat, naar zijn mening, bij 99% van de werkmannen heerste. Steeds meer dwingende maatregelen werden er genomen die alleen nog maar ruimte boden aan fanatieke nationaal socialisten. Velen namen ontslag en doken onder en aan de oproep voor de dienst werd steeds slechter gehoor gegeven. Sommige kampen stonden gewoon leeg. Het einde voor de Nederlandse Arbeidsdienst naderde.

Tussen deze mannen bevonden zich ook Frans den Dekker en André van Buul. Frans zat in Drenthe in Odoorn, van juli tot en met december 1943 in het kamp de Hertenkei (Jan Steen) en André van Buul in het kamp te Merselo Venray-Endepoel (Albrecht Rodenbach) van januari 1943 tot juni 1943.
Alle kampen hadden eenzelfde opbouw en indeling. Het waren pre-fab barakken en kwamen rechtstreeks uit Duitsland.

De huisvesting van de werkmannen in de werkkampen.

Ontslagbewijs “zeer goed” van André van Buul

Ieder kamp had tweehonderd bewoners en de dagindeling is als volgt: Kwart over zes reveille, daarna eten, van acht tot negen onderlinge voordrachten. Om negen uur vlaggenparade, van negen tot één praktisch werken. Om 1.40 uur sport, om twee uur theorie, daarna volgde kamp corvee en eten. ’s Avonds van zeven tot negen is verplichte studie.

“Uit den arbeidsdienst toch moet een gemeenschapsmensch worden gevormd, dit is, de goede staatsburger. De mensch, die zijn volk kent en liefheeft, zal bereid zijn, zich daarvoor een offer te getroosten, het offer van een half jaar gezonden landarbeid, die, goed opgevat, een heilzamen invloed moet uitoefenen ook op zijn zieleleven en verstandelijke ontwikkeling”.

De arbeidsmannen werden gehuisvest in een houten barak met drie kamers. Op elke kamer waren zestien man gelegerd in dubbele bedden boven elkaar. Elk barak telde derhalve 48 man. In totaal telde een kamp inclusief leiding 220 man, verdeeld over 4 barakken. De mannen sliepen op een jute zak gevuld met stro. De leidinggevenden waren apart gehuisvest of ingekwartierd in het naburige dorp. Er waren voorts ruimten ingericht voor de keuken, eetzaal, reparatiewerkplaats, fietsenberging enz.

Elk kamp had de naam van het dorp/streek waar het kamp lag, al of niet gevolgd door een bijnaam. Daarbij had elk kamp een “beschermheilige”. Dat waren mannen uit geschiedenis die bekend/beroemd waren geworden door hun heldhaftige en/of bewonderenswaardige daden op militair, literair, of politiek gebied. Deze mannen dienden uiteraard als voorbeeld van opoffering, inzet en arbeid.

Voor het kamp waar Frans den Dekker was geplaatst, het kamp Odoorn, heette de “Hertenkei”. Volgens de legende moet daar een geweldig grote kei hebben gelegen die de bevolking weg wilde halen. Daartoe werd eerst een gracht rondom de kei gegraven. Daar kwamen de herten uit drinken. Vandaar…. Hun voorbeeld was Jan Steen (1625-16790) de beroemde schilder.

Aflossing van de wacht bij het kamp Venray-Endepoel

André van Buul was gelegerd in Merselo in het kamp Venray “Endepoel” met als voorbeeld Albrecht Rodenbach (1856-1880), een schrijver/dichter en militante Vlaming die opkwam voor de rechten en de eigenheid van de Vlamingen. Voor velen de “super Vlaming”. Het is mij niet bekend in hoeverre deze voorbeelden in de praktijk werden voorgehouden of uitgediept.

Koenraad van den Arbeidsdienst.

Om propaganda te maken voor de Nederlandse Arbeidsdienst werd “Koenraad” ten tonele gevoerd. Hij moest het prototype voorstellen van de ideale schoonzoon. Een oer-Hollandse naam, wel opgevoed, hulpvaardig, rechtschapen, opofferend en bereid om hard te werken. Voor de bevolking was het meer een karikatuur en werd al snel “dolfiesalfie” genoemd. In de dagbladen verschenen tekeningen met “opvoedende” teksten. Deze tekeningen werkte averechts. Het zal ook waarschijnlijk aan de vormgevers van de tekeningetjes gelegen hebben. De professionele vormgevers wilden
Aflossing van de wacht bij het kamp Venray-Endepoel
niet aan deze reclame campagne meewerken. Na een korte periode werd er van af gezien om Koenraad nog verder naar voren te schuiven als voorbeeld.

Het einde van de Nederlandse Arbeidsdienst.

Het einde van de Nederlandse Arbeidsdienst werd ingeluid op dolle dinsdag op 5 september 1944. Nagenoeg alle werkkampen liepen leeg en twee derde van de leidinggevenden hielden het ook voor gezien. Degene die nog zijn gebleven werden ingezet op projecten van de Wehrmacht.
Frans en André hebben de rit van 6 maanden vol gemaakt. Gebruikelijk was om de afzwaaiende arbeidsman in een kamertje apart te roepen en te “vragen” of ze niet wilden bijtekenen. Bekend is dat de “vraag” vaak gepaard ging met klappen. Toch hebben velen deze klappen geïncasseerd en niet bijgetekend. Niet bekend is hoe het met Frans en Rini is gegaan. Ze hebben in ieder geval niet bijgetekend.

De mislukte opzet van de Duitsers.

De Duitsers zijn er niet in geslaagd om hun nationaal socialistische visie over te brengen op de mannen van de NAD, ondanks de groeiende invloed van de NSB en indoctrinatie. Het is een eerbetoon aan de opvoeding van de jonge mensen die zij van hun ouders hebben mogen ontvangen.
Vrijwel alle mannen verlieten de dienst met een grotere antipathie dan waarmee ze waren gekomen. Dat stond haaks op de bedoelingen en grondprincipes van de Duitsers.

Bronnen:
Wikipedia: Opbouwdienst, Nederlandse Arbeidsdienst.
Willem F. van Breen, De Nederlandsche Arbeidsdienst 1940-1945.
Anton Niewold te Hoogezand, www.hinkepink.nl
Foto’s:
André van Buul, via Rini van Buul.
Frans den Dekker via Henny van de Grint.
Koenraad uit Dagblad van het Zuiden, 24-09-1942.
Anton Niewold te Hoogezand, www.hinkepink.nl
Foto werkkamp Venrya-Endepoel:Fotoarchief gemeente Venray via Paul van Meegeren. Foto brochure Nederlandsche Arbeidsdienst: Museum van de stad Rotterdam, inv.nr.7028